Twentelife 87 – Twents talent
Tekst Kim Jansen – Foto’s eigen archief
In minder dan 35 seconden moest het allemaal samenvallen. Volle focus, één startschot, twee perfecte bochten. Al jaren draait alles om de 500 meter. Schaatser Sebas Diniz (24) uit Borne maakte dit jaar zijn olympisch debuut. Met een tijd van 34,46 reed hij zichzelf naar de vijfde plek. Maar hoe kijkt dit Twentse talent terug op zijn race?
“De eerste driehonderd meter voelde ontzettend goed”, blikt Sebas terug. “Maar in de laatste bocht raakte ik de druk kwijt. Ik schaatste niet helemaal de rit die ik wilde schaatsen.” Hij is kritisch en baalde na afloop. “Natuurlijk denk je: ‘wat als’. Had er dan een medaille ingezeten?” Toch is hij ook trots. “Sporters zijn vaak perfectionistisch. Dat moet ook. Maar als ik dan van iedereen felicitaties krijg, besef ik ook wel dat ik een prestatie heb geleverd.”
We spreken Sebas als hij nog in Milaan zit. Nog helemaal in zijn bubbel. Dat hij daar überhaupt stond, is het resultaat van jarenlange opbouw. Want al op zijn achtste begon Sebas bij de Bornse Schaats- en Skeelervereniging. Hij was verkocht nadat een buurman hem het natuurijs op sleepte. Toen hij via school ook nog proeflessen kon volgen, was hij niet meer van het ijs af te slaan. En Sebas viel op. Hij maakte al vroeg onderdeel uit van talentontwikkelingsteams. In 2022 tekent hij een contract bij het professionele schaatsteam IKO-X20, waar hij zich volledig richt op het sprinten.
Relaxter dan ik dacht
En dan is daar in 2025 het Olympisch Kwalificatietoernooi in Thialf, in de stad waar hij al even woont. “De spanning hing daar echt in de lucht. De druk was enorm”, zegt Sebas daarover. Toch weet hij een indrukwekkende tijd neer te zetten van 34,14 seconden. De droom komt uit. Hij mag op de Spelen aan de start van de 500 meter verschijnen. “Dat is iets waar je enorm naar op kijkt. En op het eerste moment dat het écht kon, lukte het gewoon.”
Tijdens de openingsceremonie realiseert Sebas zich misschien wel voor het eerst dat zijn droom écht werkelijkheid wordt. “De ceremonie was in San Siro, een legendarisch stadion. Daar zat 75.000 man op de tribune. En dan ineens zie je drie oranje jassen, de koninklijke familie. Dat was echt een heel mooi moment, dat zal ik nooit meer vergeten.”
Langzaam maar zeker komt het moment van zijn race dichterbij. “Eerlijk gezegd was de sfeer op de Spelen relaxter dan tijdens de kwalificaties”, vertelt hij. “Ik was zelf ook meer ontspannen dan ik had verwacht. Natuurlijk is het gevoel heel bijzonder als je die tunnel doorkomt en het ijs op loopt. Voor dat moment heb je het al die tijd gedaan. Die tribunes zitten zó vol met oranje-supporters, dat draagt echt bij aan hoe gesteund je je voelt.” Voorafgaand aan zijn race is het een kwestie van focussen. Maar geen gekke rituelen of bijgelovigheid voor Sebas. “Net als altijd nam ik mijn race nog een paar keer door met mijn coaches. Vervolgens deed ik mijn warming-up, luisterde wat muziek, maakte tussendoor een grapje met mijn teamgenoten. Je wilt niet in de ‘overfocus’ komen, daarom wil ik het graag luchtig houden.”
Nuchtere Tukker
Na zijn race is er maar heel even tijd voor ontspanning. Al binnen twee dagen staat hij weer op het ijs. De knop moet meteen om, want het NK Sprint stond namelijk alweer op de agenda. Als een van de weinige olympiërs verschijnt Sebas daar aan de start. “Daar wil ik weer goede 500 meters en ook sterke 1000 meters rijden”, zegt hij voorafgaand. En dat lukt. De eerste dag sluit hij de 500 meter winnend af. Daarnaast rijdt hij een persoonlijk record op de 1000 meter. Na de eerste dag staat hij daarmee op een tweede plaats, daarna moet hij zich vanwege buikgriep helaas terugtrekken. Een tegenvaller. Maar de blik gaat weer vooruit. Staat hij over vier jaar weer op de Spelen? “Natuurlijk wil ik meer. Ik wil er het liefst weer staan met een nog beter resultaat. Maar er zijn nog veel tussenstops voor we daar zijn. Ik bekijk het eigenlijk per seizoen.”
In alles klinkt de Twentse nuchterheid door. “Die nuchterheid heeft me veel gebracht, ik laat me niet zo snel gek maken. Op het moment dat het moet, kan ik heel koel zijn.” Zijn team staat er hetzelfde in. “Ik ben deze periode veel opgetrokken met mijn fysiotherapeut Rob Tibben uit Wierden en natuurlijk ook met Joy Beune. Tukkers on tour, grapten we dan. Misschien klikt het juist wel zo tussen ons vanwege die nuchterheid.” Want ondanks dat hij er al even niet meer woont, is Twente voor Sebas nog altijd thuiskomen. “Dan heb ik het zowel over de mensen als over de regio. Helaas ben ik er niet meer zo vaak. Maar als ik in de zomer een weekend vrij heb, kom ik er heel graag.” Gelukkig is Twente er wel in alles om hem heen. Want het thuisfront is zijn steun en toeverlaat. “Er waren zo’n dertig mensen voor mij in Milaan. Dat zij deze reis letterlijk en figuurlijk met mij maken, betekent heel veel voor mij.” Want hoe groot het podium ook is, hoe luid het stadion ook klinkt: in alles blijkt dat de basis nog altijd in het oosten ligt.

