Twentelife 86 – Oud Gebouw, Nieuw Leven
Tekst Feya Wouda – Foto’s Eigen archief
Op zijn veertiende wist Lars van Galen al dat hij kok wilde worden. Een jaar later begon hij als keukenhulp en fietste hij vanuit Rossum naar zijn werk bij restaurant Florilympha in het Lutterzand. Zo groeide hij stap voor stap in het vak, steeds een trede hoger.
Passie voor koken
Dertien jaar geleden nam Lars de uitdaging aan om van Tuindorphotel en Restaurant ’t Lansink zijn eigen tophorecabedrijf te maken. Dat pakte buitengewoon goed uit. “In maart 2012 ben ik gestart, in eerste instantie samen met een compagnon,” vertelt Lars. “Hij kwam uit Hengelo en was meer gericht op het hotel, terwijl ik mij helemaal thuis voel in het restaurant. We waren jong en gemotiveerd en besloten er vol voor te gaan. Het pand was eerder een restaurant en de toenmalige exploitant, de heer Couwenberg, ging richting pensioen. Dat was voor ons het moment om door te pakken. We hebben hem uitgekocht en zijn aan de slag gegaan.”
Het gebouw zelf is eigendom van een investeringsmaatschappij, maar Lars is inmiddels volledig eigenaar van de horecaonderneming. “Ik heb het bedrijf ingericht naar mijn eigen visie en smaak. De lounge heeft een eigentijdse uitstraling en het restaurant oogt fris en stijlvol, met witte tafelkleden en servetten. Het moet vooral warm en uitnodigend zijn, zonder afstandelijke sfeer. Uiteindelijk draait het om goed koken. Mijn stijl is modern met een klassieke basis. Wat goed is, verdient een plaats in nieuwe gerechten met een eigen signatuur.”
’t Lansink beschikt over een Michelinster en staat in de top vijftig van beste restaurants van Nederland. “Daar ben ik trots op. Ik vind dat we echt meedoen aan de top van de Nederlandse gastronomie.”
Van leerling tot Meesterkok
Voordat Lars zijn eigen onderneming begon, werkte hij op diverse toonaan-
gevende plekken. Op zijn negentiende startte hij bij Hostellerie Van Gaalen in Heeze en later leerde hij bij Onder de Boompjes in Overloon van meesterkok René van Brienen. Daarna volgden zeven leerzame jaren bij Château Neercanne, waar Hans Snijders hem verder vormde als chef.
In 2007 keerde Lars terug naar Twente als chef de cuisine bij Landhuishotel en Restaurant De Bloemenbeek. “Daar heb ik echt mijn stempel kunnen drukken. In 2011 wonnen we de Gouden Koksmuts en ontvingen we een Michelinster.”
Ook won Lars de internationale Prix Culinaire Taittinger, als derde Nederlander ooit. “Het bijzondere is dat ik nu voorzitter ben van de Nederlandse jury.” In 2014 behaalde hij de titel SVH Meesterkok, het hoogste niveau binnen het vak, en in 2016 werd ’t Lansink hofleverancier, een erkenning voor bedrijven die al minstens een eeuw bestaan en zich onderscheiden in kwaliteit.
Een wijk met geschiedenis
Die honderd jaar zit bij Tuindorp
’t Lansink ruimschoots goed. De wijk ontstond uit een initiatief van de eigenaren van machinefabriek Stork en Co, die hun werknemers een goede leefomgeving wilden bieden. Charles Theodorus Stork bedacht het concept en zijn zoon Coenraad werkte het verder uit. De eerste steen werd gelegd in 1911.
Architect Karel Muller ontwierp de wijk en werd bijgestaan door architect Anton Karel Beudt. De opzet van Tuindorp weerspiegelde de structuur van de fabriek, met verschillende woningen voor verschillende functies binnen het bedrijf. Royale tuinen maakten deel uit van de plannen. De zandafgraving die nodig was voor de bouw werd gebruikt voor de aanleg van het Tuindorpbad, een natuurlijke zwemvijver die nog altijd in gebruik is.
Hotel en Restaurant ’t Lansink was
vanaf het begin bedoeld als centrale ontmoetingsplek en theehuis voor de bewoners. De bouw van het monumentale pand startte in 1916. Het herkenbare torentje is een van de karakteristieke elementen. In 1921 werd het gebouw uitgebreid. Het dak werd opgetild en er werd een verdieping tussen geplaatst om hotelkamers te realiseren voor gasten van Stork.
Elke dag open
“Ons hotel heeft vijfentwintig kamers. Door de week ontvangen we vooral zakelijke gasten, in het weekend mensen die komen voor ontspanning en culinair genieten,” vertelt Lars. “Voor gasten die een uitgebreid diner willen combineren met een overnachting is het ideaal. Je hoeft geen auto meer in en kunt echt de tijd nemen.”
Het team bestaat uit vijfentwintig werk-
nemers: bediening, keuken, huishouding, sales en marketing en ondersteunend personeel. “We hebben een hecht team en er wordt veel gelachen, maar we zijn ook kritisch op elkaar. De lat ligt hoog. We zijn zeven dagen per week geopend, want het hotel draait niet zonder het restaurant en andersom.”
’t Lansink is bovendien nauw verweven met de wijk. “Wat nu onze lounge is, was vroeger een kleuterschool voor de kinderen van Stork. Het huis ernaast hoorde bij het schoolhoofd. Onze nacht-
portier woont er nu. Als Sinterklaas in de wijk aankomt, houdt hij zijn toespraak vanaf ons balkon. Wij zorgen voor warme chocolademelk en tijdens de boekenmarkt bakken we frietjes. We zijn echt onderdeel van Tuindorp.”
“Het belangrijkste vind ik dat de onder-
neming gezond blijft en dat we ons elke dag verbeteren. Beter dan gisteren, dat is onze opdracht. Je moet het niet moeilijker maken dan dat.”

