Hendrik Jan Bökker

“Tussen feesttenten, filmsets en het echte leven”

Twentelife 86

Tekst  Elke Agten – Foto’s Rikkert Harink

Voor Hendrik Jan Bökkers was 2025 een jaar waarin alles in de hoogste versnelling leek te gaan. Hij stond vaker op het podium dan in zijn eigen woonkamer, maakte het televisieprogramma Bökkers List, speelde in de dramaserie Woeste Grond en werd zelfs genomineerd voor een Televizier-ring. En tussen-door gebeurde er privé ook van alles. Hoe het nu met hem gaat?

Hij zou de woorden emotionele achtbaan niet snel gebruiken, maar zo voelde de afgelopen periode volgens hem wel. “Vooral het najaar bestond uit ongelooflijk veel moois, en tegelijkertijd was er ook veel verdriet,” zegt Hendrik Jan. “Dat liep allemaal door elkaar heen.”

Hij doelt daarmee op zowel het overlijden van Arjan Pronk, de vroegere bassist van de band, als het verlies van zijn vader, die uitgerekend in dezelfde week overleed waarin Hendrik Jans Televizier-nominatie werd aangekondigd. “Mensen condoleer­den me en feliciteerden me in één adem. Dat was veel, maar ook bijzonder. Mijn vader is 85 jaar geworden. Natuur­lijk is zoiets verdrietig, maar je weet dat het op een gegeven moment gaat gebeuren. Daar ben ik wel realistisch in. Hij heeft gelukkig nog wel meegekregen dat ik bij de laatste drie zat, en dat vond hij geweldig.”

Resetknop

Niet zo gek dus dat de zanger na een turbulent jaar even toe is aan een korte pauze. Op 20 december speelt Bökkers hun laatste show van 2025, om op 28 maart volgend jaar weer vol energie het podium te beklimmen. “Naast dat niemand het trekt om eindeloos veel op te treden, zijn er in januari en februari toch nauwelijks tentfeesten en festivals. Dus daarom nemen we bewust een winterstop,” legt Hendrik Jan uit.

Die maanden gebruikt hij om weer op te laden en om nieuwe muziek te maken. “In een rijdende trein kan ik niks verzinnen. Ik moet wandelen, in de auto zitten en tijd voor mezelf hebben. De winter voelt wat dat betreft als een soort resetknop. Even weer een normaal mens worden.”

Hetzelfde slag volk

Tussen de optredens door maakte hij dit jaar ook een nieuw televisieprogramma: Bökkers List. Hierin presenteert de Achterhoekse zanger wekelijks nummers van artiesten uit Overijssel, Gelderland en Drenthe. Samen met hen gaat hij op zoek naar de verhalen achter zestien bijzondere streekliedjes uit het Nedersaksisch gebied.

Wat hij leert van deze bijzondere ontmoetingen? “Presenteren,” lacht hij. “Nee, zonder gekheid, ik vind het ontzettend leuk om met gelijkgestemde mensen op pad te gaan. Muzikanten, kunstenaars, in de basis is het allemaal hetzelfde slag volk.” Toch zaten er een paar ontmoetingen tussen die eruit sprongen. “Waylon vond ik heel tof. Sowieso dat hij mee wilde doen. En Hans Keuper natuurlijk, daar kan ik elke week wel een aflevering mee maken. Ik ben enorm fan van die man.”

Volgens Hendrik Jan zie je in al die gesprekken één ding steeds terug: herkenning. “Veel van ons hebben dezelfde keuzes gemaakt. Vaak om dezelfde redenen en op hetzelfde moment. Dat onderlinge begrip vind
ik mooi.”

Acteren

Hoewel de buitenwereld hem steeds vaker ziet als tv-persoonlijkheid, blijft het voor hemzelf soms nog een beetje onwerkelijk. Zijn rol in Woeste Grond begon immers niet met een droom, maar met een vraag. “Op het moment dat ik werd benaderd door regisseur Johan Nijenhuis, had ik nog minder dan geen ambitie om ooit te gaan acteren. Ik had er nog nooit over nagedacht. Maar toen ik de vraag kreeg, dacht ik: waarom niet? Ik kan het altijd proberen.”

Naast dat hij er plezier in heeft, blijkt het hem ook verrassend goed te liggen. “Ik zie heus wel wat er misgaat of wat er minder mooi is, maar ik zie ook wat wel werkt. Ik probeer daar eerlijk naar te kijken, zonder valse bescheidenheid.” Vooral het dialect in Woeste Grond sprak hem aan. “Als taalfreak vond ik het heerlijk om mee te denken over dialogen, uitspraken en zinsopbouw.” Of hij zichzelf nu acteur noemt? “Ik zei altijd dat ik geen acteur was. Maar mijn collega’s vinden dat ik dat niet meer mag zeggen. Vier seizoenen, tachtig afleve­ringen en een Televizier-nominatie, ja, dan ben je gewoon acteur. Maar ik blijf natuurlijk vooral muzikant.”

Muziek was altijd vanzelfsprekend

Hij prijst zich een gelukkig mens dat hij inmiddels in de luxepositie zit om zelf te kunnen kiezen welke kansen hij wel of niet aangrijpt. “Ik doe vooral dingen die me energie geven,” zegt Hendrik Jan. “Voor Bökkers List werd ik gevraagd. Voor Woeste Grond ook. Dan denk ik: lijkt me dat leuk? En als het antwoord ja is, dan ga ik ervoor.” Muziek is volgens hem de uitzondering. Dat was altijd al vanzelfsprekend.

“Omdat ik van kinds af aan al beroeps­muzikant wilde worden, heeft muziek nooit als een hobby gevoeld.” Die overtuiging zorgde er zelfs voor dat hij jarenlang in een fabriek werkte om zijn band te kunnen bekostigen. “Waar andere opkomende bands steeds een dagje minder gingen werken, was dat bij ons juist precies andersom. Op een gegeven moment kwam dat besef: dit is wel de verkeerde volgorde, haha.”

Waarom Bökkers blijft doorgroeien

Dat Bökkers tegenwoordig een enorme aanhang heeft die maar blijft groeien, is volgens Hendrik Jan goed te verklaren: elke generatie ontdekt de band opnieuw. “Ieder jaar komt er weer een nieuwe schare fans bij van een jaartje of 16. Dat vind ik prachtig. En inmiddels trekken we zelfs mensen uit het westen naar het oosten toe. Ze reizen ons met hun caravan achterna, puur omdat ze die sfeer willen meemaken. Dat is toch geweldig?”

Het succes zit ‘m volgens hem ook in de hernieuwde aandacht voor dialect en streekcultuur. “Het is bijna een sub­cultuur geworden. En dat past bij jongeren, die verbinden zich graag met een groep waarin ze zich thuis voelen. En het is een hele toffe groep. We hebben nooit gezeik in de tent.” Daarnaast blijft de band zichzelf vernieuwen. “Elk jaar een nieuw decor, een nieuwe tour en nieuwe liedjes, het is nooit hetzelfde. En ik vind alles nu misschien nog wel leuker dan tien jaar geleden.”

Rocken op je 80e

Tien jaar vooruitkijken vindt hij daarentegen lastig, maar één ding weet hij wel: aan stoppen moet hij nog lang niet denken. “Ik heb altijd gezegd: als ik 50 ben, dan kap ik ermee. Ik ben nu 48, en die uitspraak slaat natuurlijk nergens op. Daarnaast ben ik in de zomer jarig. Dat is sowieso een belachelijk moment om ermee te stoppen. Zolang ik er nog plezier in heb, wil ik dit blijven doen.”

Toch betwijfelt Hendrik Jan of hij over een aantal jaren nog steeds negentig keer per jaar in een feesttent staat te bangen. “Op een gegeven moment verschuift dat misschien meer richting het theater. Dat kristalliseert zich vanzelf wel uit. Maar over tien jaar hoop ik nog steeds dat mensen zeggen: ‘Goh wat tof, ik ga naar Bökkers’. Dat zou ik mooi vinden.” Dat rock-’n-roll een jonge-mensen-feestje is, vindt hij onzin. “Heel veel Nederlandse bands zijn 50-plus. En de Rolling Stones zijn verdorie gewoon 80, hè, en die staan ook nog steeds op het podium. Als je het goed doet, kan het gewoon. Maar het moet wel leuk blijven.”

Of hij naast muziek, tv en de podcast nog meer dromen heeft? “Ik wil ooit nog wel eens een natuurgebied ontwikkelen. Gewoon een groot stuk grond kopen in Oost-Nederland en daar dan natuur van maken, inclusief vee. Met zo’n antwoord kun je natuurlijk helemaal niks, hè?” Hij lacht breed. “Maar het lijkt me wel hartstikke mooi.”