Tekst Kim Jansen – Foto’s Rikkert Harink
Op de markt in Oldenzaal, in de keuken met een sterrenchef of thuis op de bank voor 300.000 volgers op Instagram. Waar je Debby van der Zande (51) ook tegenkomt, ze is altijd zichzelf. Geen ingestudeerde praatjes, geen gelikt sausje. En dat werkt. Want alles wat ze de afgelopen jaren aanraakt, lijkt in goud te veranderen. Al ziet ze dat zelf anders: “Ik heb tot nu toe vooral geluk gehad in mijn leven.”
Ze noemt zichzelf een vreemde eend in de bijt in ‘influencerland’. Want bij Debby krijg je als volger veel. Ze deelt ouderwetse recepten onder de noemer ‘Deb’s Kökk’n en bundelt deze in kookboeken. Daarnaast neemt ze volgers mee in haar poelierskraam en laat ze zien wat er komt kijken bij het runnen van een kledinglijn. Een commerciële vrouw dus. Maar ze laat ook het ‘gewone’ leven zien met alles wat daarbij komt kijken. Ze deelt onzekerheden, juichmomenten en gedachtenspinsels. Ze vertelt over haar leven als moeder van vier kinderen en wijdt regelmatig uit over haar zoon Duuk, die een verstandelijke beperking heeft. Ze pakt de camera op allerlei momenten. De ene keer volledig afgestyled en met hakken aan, het volgende moment zonder make-up en onderuitgezakt op de bank.
“Ik ben wie ik ben”, zegt Debby daarover. Want onder het perfecte plaatje wat de buitenwereld ziet, zit nog steeds de Debby op klompen. Als klein meisje hielp ze haar vader met koeien in de wei zetten en het slachten van duiven. “Schouders eronder. Ik was een halve keal”, vertelt ze lachend. Het was dan ook een hele omslag toen ze een damesmodezaak begon. Toch is dat de plek waar ‘influencer’ Debby ontstaat. Als voormalig eigenaar van Dejacque begint het allemaal met video’s waarin Debby kleding showt. “Ik heb nooit gedacht: ik wil bekend worden. Het goed moest gewoon verkocht worden.”
Kansen zien
Het is dus de ondernemer in haar die kansen ziet. En zo gaat het nog steeds. “Toen ik Dejacque verkocht, wilde ik even niets doen. Het was jarenlang bloed, zweet en tranen geweest. Maar ik had al heel snel door: op de bank liggen is niets voor mij. Daarnaast had ik 30.000 volgers naar mijn persoonlijke account meegenomen, die wilde ik graag vasthouden.” Ze besluit haar leven te blijven filmen en stuit op veel enthousiasme als ze een ouderwetse spinazieschotel maakt. “Mensen vroegen me om het recept, maar dat was ik allang vergeten. Ik deed maar wat. Uiteindelijk besloot ik mijn kookkunsten vaker te filmen. Toen mijn man Michel het statief op het aanrecht zag staan, vroeg hij zich af of ik gek was geworden.” Niets is minder waar, want inmiddels heeft de Oldenzaalse naar eigen zeggen 50.000 kookboeken verkocht.
Ze volgt dus haar eigen kop, altijd. “Ik handel op gevoel. Natuurlijk gaan er dan wel eens kleine dingen mis, maar dat hoort bij ondernemen. Dat is grillig. De soep was ook bij ons in het begin niet altijd dik. Eigenlijk vind ik het wel jammer dat mijn kinderen dat niet bewust hebben meegekregen. Dat was een mooie les geweest.”
Want dat ze inmiddels aan de goede kant van de lijn zitten, beseft ze maar al te goed. Onlangs vertrok ze met haar hele gezin voor een reis naar Tanzania en Zanzibar. Ze nemen het ervan, misschien wel juist omdat het ook een lange tijd niet kon. “De zaterdag was voor ons poeliersbedrijf heilig. Van die dag moesten we het hebben. We gingen nooit op vakantie, dat halen we nu in.”
Altijd reacties
Dat ze regelmatig op een zonnig oord zit, is natuurlijk ook op haar social media te zien. “Ik ben best weleens bang geweest voor afgunst. Maar over het algemeen zijn mijn volgers echt lief. Sommigen kunnen zelf niet dit soort reizen maken en genieten zo een beetje mee.” Uiteraard zijn er ook negatieve reacties en hoewel ze flink haar best doet om die van zich af te schudden, houdt het haar toch bezig. “Ik ben inmiddels 51 en word iets rustiger. Daarom kan ik duidelijker zeggen: ‘ik leid mijn leven zoals ik het wil’. En hebben mensen daar een zure mening over? Dan blokkeer ik ze gewoon.”
Heel soms verlangt ze even naar een leven zonder de sociale media. Want Debby heeft regelmatig het gevoel te moeten posten. Heel af en toe zou ze weleens vrij willen zijn van ‘Debby zijn’. Even offline, even niets. “Maar je bent toch bang dat mensen dan afhaken.” En of ze het kan, is misschien wel vooral de vraag. Want de tomeloze energie die ze heeft, moet ze ergens kwijt. En dat valt ook haar volgers op. “Ik heb een enorme drive en daar ben ik trots op. Mijn mening is: als je kán werken, moet je dat doen. Ik ben nooit te beroerd om aan te pakken. Natuurlijk is dat niet altijd leuk. Denk je dat ik voor mijn plezier met -10 °C een soepkip sta te hakken? Maar als iets moet gebeuren, moet je soms niet zeuren.” Die drive resulteert wel in het feit dat ze pas uitstaat op het moment dat ze slaapt. “Na het avondeten schaal ik wel af. Mijn kinderen weten dat ze dan niets meer moeten vragen. Maar eigenlijk ben ik ook onderuitgezakt op de bank nog bezig met zaken.”
Familie altijd op één
Ze rent dus van hot naar her, maar voor één ding is er altijd tijd: haar familie. Debby zorgt bijna iedere avond voor de maaltijd voor het hele gezin. “Ik ben heel ouderwets wat dat betreft. Ik vind dat dat soort dingen mijn taak zijn als de vrouw des huizes.” Het avondeten is namelijk ook hét moment waarop alles in huize Van der Zande samenkomt. “Twee kinderen zijn al het huis uit. Maar ik heb toch het liefst iedereen samen aan tafel.” Juist aan die tafel is het moment dat ze bij iedereen incheckt. Hoe gaan de zaken bij dochter Laury, die een conceptstore heeft in Oldenzaal, en hoe verging het zoon Mick en man Michel met de caravans en kippen? “Vroeger had ik er een hekel aan als het thuis aan tafel over zaken ging. Nu doe ik precies hetzelfde. Met allemaal van die ondernemende types werkt het blijkbaar zo.”
Onderdeel van dat gezinsleven is ook de zorg voor zoon Duuk, waarover ze zelfs een boek schreef. Op de vraag waar ze het meest trots op is, antwoordt ze dan ook resoluut: op Duuk. “Natuurlijk ben ik trots op al onze kinderen, maar als ik zie hoe Duuk zich heeft ontwikkeld denk ik: dat hebben we goed gedaan. Hij heeft hulp nodig met allerlei alledaagse dingen, maar als ik zie hoe hij in het leven staat, kunnen veel mensen daar nog iets van leren. Mijn boek heet ‘Ik gun iedereen een Duuk’ en dat is ook echt zo. Hij maakt zich niet druk, zal nooit negatief over iemand praten. Dankzij hem leer ik elke dag weer anders naar de wereld te kijken.”
Toch zijn er ook zorgen, want hoewel ze al heel veel voor hem geregeld heeft is er één ding dat ze niet kan opvangen. Het feit dat er iets met haarzelf kan gebeuren. “Als Duuk bij mama is, is het goed. We zijn echt een team met z’n tweeën. Maar als ik er ooit niet meer ben, kan ik hem op dat essentiële moment niet troosten. Dat is de realiteit. Maar ik weet ook dat hij zijn weg wel weer vindt. En mijn andere kinderen zijn natuurlijk dol op Duuk. Samen gaan ze het ook zonder mij redden. Daar ben ik van overtuigd.”

