Nicole Buch
Televisieproducent en presentatrice. Geboren in Amsterdam maar bracht haar jeugd voor het merendeel door in Twente.
De winter in Twente heeft iets eigens. Niet omdat het er kouder is dan ergens anders, maar omdat Twentenaren het op een bijzondere manier voor elkaar krijgen dat het hier winters warm voelt.
Warm op een nuchtere manier, en soms met een onverwachte vleug verfijning.
Mijn meest geliefde winteraankoop ooit waren ‘koeiepootjes’. Van die unieke bontlaarzen die je zelden zag maar meteen herkende. Ik kocht ze met mijn moeder op een winterfair en heb ze gedragen tot er gaten in kwamen. Ik mis ze nog steeds, zo warm waren ze.
Daar tegenover stonden onze kerstdagen. Bij ons werd de tafel gedekt met damast, het tafelzilver opgepoetst tot het glom en stond er een kalkoen in de oven waar je u tegen zei. Die kalkoen kregen we elk jaar van mijn oudtante, die op landgoed Twickel woonde. Als kind vond ik dat vanzelfsprekend. Pas later begreep ik hoe bijzonder dat eigenlijk was.
Onze winterwandelingen op Singraven vormden weer een heel ander hoofdstuk. Die waren niet voor de romantiek, hoe schilderachtig het daar met sneeuw ook kon zijn. Wij gingen gewoon voor de pannenkoeken na afloop. De Dinkel, de Watermolen… Prachtig hoor, maar ons doel lag op het bord.
En dan de midwinterhoorn van mijn vader. Een zware hoorn uit Denekamp, waarop hij in de adventtijd bij de put naast de boerderij blies. Geen groot ritueel, maar wel deel van een traditie waarin blazers vaste melodieën naar elkaar toe spelen en de tonen over-
nemen, alsof het landschap zelf even meeluistert. Die klank droeg over de akkers alsof iets ouds, iets oers, heel even gewekt werd. Ik heb de hoorn nu. Elk jaar probeer ik erop te blazen. Het klinkt nooit zoals toen. Sommige klanken horen bij mensen en bij tijden.
Misschien is dat wel waarom de winter in Twente anders voelt.
Het is een seizoen dat zonder moeite schakelt tussen vanzelfsprekend en bijzonder, tussen bontlaarzen en damast, tussen pannenkoeken en kalkoen. Een tijd waarin je, als je goed luistert, nog iets van bezinning kunt vinden. Iets waar iedereen, van buren tot bestuurders, misschien best wat vaker de tijd voor zouden mogen nemen. Soms denk ik: kon de winter maar eens meningen bevriezen. Gewoon even. Het zou de kou niet verjagen, maar de lucht wel wat klaren. Misschien hoorde je dan zelfs weer wat positieve klanken.
Dat is Twente. Winters warm, op een manier die alleen hier kan.

