TOM & Me

Wie döt mij wat vandage

TOM 2 – 2026Column

Eddy aan het woord

Eddy van der Ley is hoofdredacteur van TOM Magazine

(en verder schrijver, journalist, presentator, theatermaker en ondernemer).

 

Contact
Reageren, advies, een tip of gewoon een potje schelden:
tom@vandeinsemedia.nl

Het is elke keer een feestje, zeker als het voorjaarszonnetje zich als bondgenoot meldt: vanuit mijn woning in Enschede-Zuid ‘op fietse’ via het Witte Veen naar Alstätte en Lünten. Door een wonderlijk landschap vol prachtige horizonten, waar de grens met Duitsland hooguit een denkbeeldige lijn is en de wind vrij spel heeft boven heide en veen. Soms pik ik Ammeloe mee, om dan via Rekken en Buurse huiswaarts te keren. ‘Wie döt mij wat vandage’.

Hier, tussen het ruisen van beekjes en het gezoem van insecten, is de natuur geen abstract begrip uit een rapport van een ministerie of een klimaatpanel. Het is iets wat je ruikt, hoort en ziet. Een haas steekt over, een torenvalk hangt biddend in de lucht. Het zijn dit soort momenten die glashelder maken dat we zuinig moeten zijn op wat we hebben.

Ik was eerder deze maand in Brazilië. In een regenwoud dat zindert van leven, waar elke boom lijkt te ademen en waar de biodiversiteit je bijna overdondert. Tegelijkertijd besef je dat grote oppervlaktes verdwijnen. Voor soja, veeteelt, economische groei. Wie daar rondloopt en de verhalen hoort, kan moeilijk volhouden dat klimaat en natuur overdreven thema’s zijn.

Maar er is ook een andere kant van het verhaal. Want hoe groot mijn liefde voor natuur ook is, activisme kent grenzen. Dat fanatiekelingen van Extinction Rebellion zich vastkitten aan de A12 in Den Haag, vond ik al absurd. Maar het dichtlijmen van sloten van scholen in Amsterdam, zodat kinderen hun klas niet meer in kunnen: tja, dan raak je niet het systeem, maar de samenleving. En dat is precies waar het schuurt. Vrijwel niemand is vóór vervuiling, vóór ontbossing of vóór een kapotte planeet. Maar als activisten gewone burgers tegen zich in het harnas jagen, dan werkt het averechts. Dan groeit de irritatie waar juist draagvlak nodig is.

Ondertussen kijken de grote wereldmachten – de Verenigde Staten, China, India – hooguit met een half oog naar het klimaatvraagstuk. Nederland kan nog zoveel willen, maar lijkt een roepende in het regenwoud. De vraag blijft: hoe effectief zijn we als de grote spelers het tempo niet volgen? Je zou denken dat gezond verstand en realisme pijlers onder een duurzame toekomst moeten zijn. Maar voordat dáár mondiaal beleid op
is gemaakt, ben ik ontelbare fietstochtjes door de grensstreek verder.

Dus maar gewoon de magie van het moment blijven pakken, zonder aan het grotere geheel te denken. ‘Ik zal hoast zeggen, jao het mag wel zo’.