(Verkeerd) verbonden

Twentelife 87

Nicole Buch

Televisieproducent en presentatrice. Geboren in Amsterdam maar bracht haar jeugd voor het merendeel door in Twente.

Vannacht lag ik wakker. Dat gebeurt vaker als mijn hoofd al verder is dan de dag. Ik dacht aan het woord verbinding. Het is zo’n woord dat overal opduikt. In plannen, in gesprekken, in campagnes. Alsof we elkaar ermee willen geruststellen: kijk, we zijn ermee bezig.

Het beeld dat steeds terugkwam, was dat van een meisje dat uit een grote toiletruimte komt. Zo’n plek waar spiegels oneindig lijken en het licht altijd net iets te fel is. Ze loopt richting uitgang, haar blik strak op haar telefoon. Als ze dichterbij komt, zie ik dat ze niet aan het scrollen is. Ze kijkt naar zichzelf. Naar haar eigen gezicht. Alsof ze nog even checkt wie ze is, voordat ze weer de wereld in gaat. Het viel me op omdat het iets zegt over deze tijd. We zijn voortdurend verbonden, maar vaak met onszelf, met een scherm, met een beeld. Niet per se met de ander die naast ons staat.

Ik zie het overal. In restaurants, waar mensen tegenover elkaar zitten maar hun aandacht elders is. Op straat, waar mensen elkaar kruisen zonder elkaar echt te ontmoeten. Op het werk, waar een bericht soms makkelijker voelt dan een gesprek. We volgen het nieuws, de meningen, de levens van anderen. Onze wereld past in een handpalm. Voor jongeren schuilt daar een risico in, denk ik. Niet omdat ze onwillig zijn, maar omdat veel sociale vaardigheden zich juist ontwikkelen door oefening. Door ongemak. Door een stilte die je samen moet overbruggen. Ik merk het soms in mijn eigen omgeving, bijvoorbeeld op een redactie, waar het voor jonge mensen lastiger lijkt om even de telefoon te pakken en iemand te bellen. Terwijl een appje zo is gestuurd. Het lijkt soms alsof praten lastiger is geworden dan typen, terwijl het eerste juist zo menselijk is.

Ik merk het ook aan mezelf. Als ik mezelf toesta mijn telefoon eens een uurtje niet te bekijken, word ik rustiger. Tijdens een voorjaarsfietstocht bijvoorbeeld. Gewoon om me heen kijken. Rijden door het frisse groen, jonge dieren spotten. De wereld blijkt groter als je haar niet steeds vastlegt.
En toch wil ik dit geen klaagzang laten zijn. Want die digitale wereld biedt ook iets kostbaars. Als je ver weg bent, kun je toch dichtbij zijn. Je kunt videobellen met iemand zelfs als deze aan de andere kant van de wereld woont. En als ik naar mijn eigen moeder kijk, zie ik vooral winst. Ze krijgt berichtjes binnen op haar iWatch, kijkt met een iPad op schoot naar Netflix en regelt haar administratie nog steeds zelf op haar iMac. Dat is verbinding die haar zelfstandigheid vergroot.

Vroeger zeiden we, als je iemand anders aan de lijn kreeg dan bedoeld: verkeerd verbonden. Misschien zijn we dat soms ook nu. Technisch perfect aangesloten, maar niet altijd in de werkelijkheid. Misschien zit het probleem niet in de technologie, maar in de achteloosheid waarmee we haar gebruiken. Verbinding vraagt soms iets wat geen scherm kan geven: aandacht. Even opkijken. Misschien begint echte verbinding wel bij iets heel kleins. Bij weten wie je aankijkt. En zelfs: welke kleur ogen iemand heeft, voordat je weer verder loopt.