Martin ter Denge
Schrijver en spreektaalkenner en spreker van het Twents/Nedersaksisch
Tijdperk
Wat was ik trots. Als negenjarig jochie mocht ik met de bekkens mee over straat met ’t Muziek van Riessen. Toen wist ik nog niet dat niets voor altijd is. Ik droomde van een leven als podiumbeest. Prachtige optredens hadden we. Optochten, serenades, met volk riegelndik langs de weg in Frankrijk, bij partnerstad Steinfurt in Duitsland, kampioen van de basisklasse van het ODSC in Assen, kampioen van de Winds-klasse bij CGN. Tot we niet meer zonder leenspelers konden. Nog één keer knallen, bij de School- en Volksfeesten in Goor, al jaren vaste prik. Toen ging in juni 2017 de stekker eruit. De club waar ik alles voor had gedaan en gelaten, al die moeite, uren, jaren van inzet, maar ook plezier, het hield gewoon van de ene op de andere dag op. Was het allemaal voor niks? Nee, want je kunt nu terugkijken op een prachtige tijd. Sommige mensen van toen zijn nog steeds vrienden. En ik ben nog steeds muzikant.
Het was een tijdperk. En tijdperken eindigen. Daar kun je tranentrekkerig over doen, maar het is niet anders. Achteraf gezien hadden we er al veel eerder een punt achter moeten zetten. Maar je blijft ergens in geloven. Dat je het tij nog kunt keren, als we maar méér tijd, méér optredens, méér wervingsacties… Je wilt niet zien dat het tijdperk de bocht al om is en we al in de aanloop naar een nieuwe zitten.
Zo gaat het bepaalde vriendschappen ook. Die houden een keer op. Met die of die kon je machtig ouwehoeren toen je puber was. Maar diegene veranderde linksom, en jijzelf de andere kant op. Iets waar je jezelf eerst heilig van overtuigd had, bleek achteraf toch niet te kloppen. De gevoelens en gedachten van toen passen niet meer bij wie je nu bent. Dan gaat het ineens niet meer samen. Hoeft ook niet. Da’s ja trekken aan een dood paard. Het was mooi voor zo lang het duurde.
Zo stopt voor mij na vandaag ook het tijdperk ‘columnschrijver voor TwenteLife’. Dat hoorde bij het tijdperk Martin de Freelancer. Ik ben al zowat een jaar in loondienst. De weinige tijd die ik nog over heb, schrijf ik het liefst volledig in het Twents, want anders is het een gemiste kans en verlees vuur de sproake.
Misschien ben ik in je leven niet meer geweest dan een verzameling letters met een fotootje ernaast. Prima. Misschien he’j der wat an ehad. Mooi. Of he’j genog eleazen. Ook wa good. Woeras et op dale kump:
’t hef mooi ewest.
Good goan.

