Nicole Buch
Televisieproducent en presentatrice. Geboren in Amsterdam maar bracht haar jeugd voor het merendeel door in Twente.
Vroeger heette het komkommertijd.
De tijd waarin de wereld, zo leek het tenminste, even zachter ging praten. Politici waren op vakantie, redacties dunner bezet, de kranten iets lichter en het nieuws leek zich ook een paar weken gedeisd te houden. Ik heb me daar altijd over verbaasd, alsof gebeurtenissen zelf ook een zomerrooster hadden. Er was ruimte voor berichten over loslopende koeien, drukte in het dierenasiel, gevonden trouwringen en kinderen die met een schepnet een uitzonderlijk grote vis uit de beek hadden gehaald.
Ik weet niet of komkommertijd nog bestaat. In de media in elk geval nauwelijks. Nieuws stopt niet meer als de zon gaat schijnen. Online pagina’s moeten gevuld, apps ververst, socials bijgehouden. Er is altijd wel ergens iets aan de hand. En als er niets aan de hand is, dan maken we er soms alsnog iets van. De wereld staat aan. Altijd.
Toch geloof ik dat de zomer nog steeds iets doet wat geen enkel algoritme kan organiseren. De zomer brengt mensen terug. Naar dorpen waar ze vandaan komen. Naar familie die ze te weinig zien. Naar verjaardagen in tuinen, buurtfeesten, reünies, terrassen, sportvelden, campings, erven en oude schoolpleinen. Mensen die elkaar jaren niet hebben gesproken, vallen ineens weer moeiteloos in een gesprek. “Weet je nog?” is misschien wel de meest zomerse zin die er bestaat.
Bij mij brengt de zomer me vaak terug naar Twente. Naar dagen waarop we met de pony’s op pad gingen, alsof de wereld van ons was. Boterhammen en drinken mee, extra haver voor wat extra pit, en dan in rengalop over zandpaden. We bouwden zelf hindernissen in het bos, lunchten in het gras aan de Buurserbeek en zetten de pony’s brutaalweg even in een wei, terwijl wij zelf een appeltje zaten te knabbelen. Soms kauwden we op zuurring, zuur en fris tegelijk, alsof de zomer zelf ergens langs het pad groeide.
Misschien bewaart het landschap hier de tijd anders. Een zandweg, een boerderij, een kerktoren in de verte, de geur van gemaaid gras; ze kunnen je zonder waarschuwing terugbrengen naar wie je ooit was. Niet omdat vroeger mooier hoeft te zijn dan nu. Het is er gewoon nog, ergens onder de huid.
En misschien zit daar de echte komkommertijd van nu. Niet in het gebrek aan nieuws, maar in de ruimte tussen al dat nieuws door. In de momenten waarop we even niet vooruit hoeven, maar terug mogen kijken. Niet om te blijven hangen, maar om opnieuw te voelen waar we vandaan komen.
De zomer valt misschien niet meer stil. Maar soms, op een erf, onder een boom, of langs een beek waar je ooit met je pony reed, gebeurt er iets anders. Dan wordt de wereld heel even weer overzichtelijk.

