‘Niet meehuilen met de wolven’

Twente heeft volop kansen maar te weinig impact

TOM 5 – 2026 – Reportage
Tekst Erwin Gevers – Foto’s Robin Hilberink, Emiel Muijderman

De mist van Prinsjesdag is inmiddels enigszins opgelost. Nevel die ontstond omdat de discussie over de keuze voor links
of rechts de inhoudelijkheid van de miljoenennota en de plannen en voornemens bedekte. Het zal nog tot lastige debatten leiden en overtuigingsvermogen vergen van het minderheidskabinet. Hoe dan ook; de derde dinsdag van oktober is ieder jaar ook een goede aanleiding om de thermometer in de Twentse economie en gesteldheid te steken.

Michel ten Hag, voorzitter van VNO-NCW Twente, vat de positie van Twente direct kernachtig samen: “We doen het niet slecht in Twente. Kijk, veel zaken uit de miljoenennota en voornemens zijn boven­regionaal. Migratie, defensie, stikstof. Daar hebben de regio’s weinig invloed op. Ook wat infrastructuur betreft worden de regio’s niet gehoord. Maar los daarvan doen we het hier best goed. Mede door het MKB dat als toeleverancier voor grote industrieën een belang­rijk aandeel in de economie heeft. Veel van de toeleveranciers voor ASML zit in de oostelijke regio. Ik vind het knap: het zijn onder­nemers die creatief zijn en nieuwe markten ontdekken.”

Lastige arbeidsmarkt
Maar het is niet alleen hosanna, zegt de bestuurder: “De arbeidsmarkt is lastig. Er is te weinig personeel beschikbaar en nog altijd mogen asielzoekers na twee jaar hier niet aan het werk. Werkgevers die twee jaar verzuim van een werknemer door moeten betalen. De middeninkomens in de dienstensector en de maakindustrie die toeslagen verliezen en daardoor ook de motivatie om meer te werken; de ambitie in die groep daalt. Er is in dat opzicht een weeffout in de structuur.”

Ten Hag weigert mee te doen aan het chagrijn: “Want we hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid, moeten elkaar opzoeken, bereid zijn om samen de pieken op te vangen. Noem het noaberschap. En maak een boodschappenlijstje: wat verwachten we van de overheid.”

Dat geldt ook voor de bouw- en de huizenmarkt. Immers, als makelaar signaleert Ten Hag de dagelijkse ontwikkelingen: “De spanning in de particuliere markt blijft en we zijn kennelijk niet in staat dat op te lossen. Netcongestie, stikstof, te weinig personeel, procedures, het werkt niet. Maar we moeten in Twente niet met de wolven meehuilen. Den Haag gaat het niet oplossen, dus moeten wij het hier zelf doen. Hoe? De beperkte ruimte efficiënt gebruiken, kleiner bouwen, minder stapelen van lokale regels op landelijke wetgeving. Nieuwe technieken inzetten. En een open vizier naar elkaar en elkaar opzoeken: de stedenband en het platteland.”

Michel ten Hag ziet een grote rol voor Twente Board. “Maar die moet slagvaardiger worden en door de combinatie van Ondernemen, Onderwijs en Overheid meer bereiken. En, dat geldt voor alle O’s, beter de eigen achterban meekrijgen.”

Jongere generatie
Ook Remy Wolters ziet Twente als een kansrijke regio, maar benadrukt dat de regio die kansen wel sneller moet weten te verzilveren. Hij is lid van de Young Twente Board dat naast de ‘grote’ Twente Board de stem van de toekomst is. Wolters, 28 jaar, is oprichter en DGA van softwarebedrijf Blink Digital en een trotse Tukker, zoals hij zegt. “Met Young Twente Board verwoorden wij het perspectief van jongeren. “Twente Board-bestuurders zijn vergevorderd in hun carrière en kunnen het perspectief van de jongeren wat minder in beeld hebben. Wij vertegenwoordigen de jongere generatie.”

Er is veel mogelijk voor Twente, vindt hij: “Ik denk aan innovatie en technologie als positief punt. We hebben veel kennis: medtech, defensie, maakbedrijven en daaraan toegevoegd het onderwijs. Alle facetten om de regio verder op te bouwen zijn aanwezig.”

“Twente heeft veel goede plannen en kansen en de uitdaging is om die sneller om te zetten in concrete resultaten. Daarmee versterken we het vestigingsklimaat, behouden we talent en creëren we ruimte voor ondernemers om te investeren.”

Binnen Twente Board krijgen Wolters en zijn medebestuurders meer impact: “We hebben zeker invloed, we worden serieus genomen en ook gemeentes vragen om aan te sluiten en onze visie te geven. Dat geldt ook voor de Twente Board. Ons perspectief is soms anders, maar we zitten wel aan tafel en mogen onze stem laten horen.”

En wat de Young Board betreft is dat vooral pleiten voor een stabiele aanpak zegt Wolters tot slot: “Het gaat dan niet om geld. Daarmee kom je er niet. Het gaat om een voorspelbaar en bestendig beleid. Dat is een belangrijk voorwaarde voor Twente.”

Infrastructuur
Tot slot een heet hangijzer: de Twentse infrastructuur. Weliswaar is wat snelwegen betreft veel verbeterd maar een grenscontrole haalt het tempo er voor internationaal vrachtvervoer snel uit.

Of de scheepvaart strandt door onvoldoende water in het Twentekanaal. Het geeft de kwetsbaarheid van de regio aan, vindt Klaas Halma, belangenbehartiger voor de oostelijke regio’s van Transport en Logistiek Nederland, kortweg TLN. Ook de miljoenennota zal geen verandering brengen vreest hij: “De overheid reserveert anderhalf miljard extra voor beheer en groot onderhoud van de infrastructuur; dus wegen, bruggen en viaducten, sluizen etc… Wij vinden dat bedrag te laag, het moet minstens twee miljard zijn. We moeten namelijk wel bereikbaar blijven en staan voor een grote onderhoudsopgave.”

Dat de overheid prioriteiten stelt past niet in het beleid van TLN, vervolgt hij: “Je moet rekening houden met de situatie. Voor Twente zijn er twee knelpunten die snel aangepakt moeten worden: het veilig maken en verbreden van de N35 tussen Zwolle en Twente en, dat is deze zomer heel actueel, de sluis bij Eefde. Ja, het is een droge zomer maar zeker geen incident dat de scheepvaart niet door kan varen. Het probleem bestaat al langer.”

Dat desondanks Den Haag niet met geld over de IJssel komt is de makke van Noord- en Oost-Nederland: “Misschien moeten we harder op de deur kloppen in Den Haag. We worden namelijk niet gehoord. Terwijl de regio’s van grote waarde zijn. Zeker Twente met haar ligging aan de oostelijke corridor.”

Het is een kwestie van bescheidenheid, constateert de TLN-man: “Het zit niet zo in onze aard in deze regio’s om ons op de borst te slaan. Dat moeten we wel meer doen want de regionale economie hangt ervan af. We zijn een logistieke hotspot met alle modaliteiten: goederenvervoer over de weg, het spoor en het water. Buitenlandse bedrijven zijn kritisch op de vestigingslocaties. We moeten onze positie dus behouden.

Met de dure dieselprijzen wordt de transportsector nu extra geraakt. Maar Klaas Halma mist urgentie bij politici en publiek. Tot slot; “Omdat logistiek zo vanzelfsprekend is. We zijn gewend dat alles vers in de supermarkt ligt maar niemand ziet wat daaraan vooraf gaat. In andere landen zijn de brandstofkosten veel lager. Het zet onze positie onder druk maar zo zijn er meer uitdagingen. Daarom moet er geld komen voor bouw en herstel. Met andere woorden: actie.”

De onderhandelingen met werkgevers en vakbonden zijn bij het ter perse gaan van deze editie opgestart. De uitkomsten daarvan zijn nog niet duidelijk.