Tekst Bob Gevers & Foto’s Robin Hilberink
Ze hebben net een groot, ruim tien meter lang motorjacht vervoerd. Vanuit Losser naar het Twentekanaal in Hengelo-Zuid. Daar draaien ze hun hand niet voor om bij Paraat Transport, dat doen ze wel eens vaker. De Hengelose firma vervoert alles wat hoog, breed en/of hoog is. Een klein familiebedrijf met spierballen.
Ze zijn bij Paraat Transport gespecialiseerd in autokraan-transport. En daarbinnen zijn ze op een breed terrein actief. Nieuwe klanten vragen Mark Eeltink wel eens: wat doen jullie precies? Daarom neemt hij altijd een altijd een iPad mee: dan hoeft hij het niet allemaal uit te leggen en kan hij het gewoon laten zien. Zo’n klant kan eigenlijk beter vragen: wat doen jullie niet? “Want eigenlijk kunnen we alles.”
Mark, 25 jaar, is samen met moeder Inge directeur-eigenaar van Paraat. Zij doet de administratie, hij neemt de planning voor z’n rekening, onderhoudt de contacten met de klanten, staat in de werkplaats als monteur als dat nodig is én zit regelmatig achter het stuur van een van de wagens. Een veelzijdig manusje-van-alles, kortom.
Op de bovenverdieping, goed zichtbaar achter de glazen pui staat het eerste rijdende materieel van Paraat Transport te glimmen: een rood driewielig bestelwagentje, de Tempo-Boy. Daarmee begon Johan Eeltink in 1957 een boodschappendienst voor bedrijven in en rond Hengelo. Het was een bekende verschijning in deze dreven. Paraat Transport, zo noemde de oprichter het nieuwe bedrijf. Want hij stond dag en nacht klaar en daar had hij succes mee: de driewieler kon na een paar jaar worden ingeruild voor een Opel Blitz, en daarna kwamen er meer wagens bij.
Heel veel lol in
De zoon van Johan, Jaap, zette het bedrijf voort. Toen hij overleed, hield zijn vrouw Inge de firma met succes in de lucht. En nu is de derde generatie binnen: Mark, 25 jaar, werkt er inmiddels vijf jaar. Voor alle duidelijkheid: hij hoefde ’t niet van zijn moeder. Maar hij heeft er nou eenmaal ‘heel veel lol in.’ Hij volgde een opleiding voor vrachtwagenmonteur, werkte bij DAF en Scania en haalde op zijn achttiende het groot rijbewijs. Het wagenpark bestaat dus vooral uit DAF’s en Scania’s, dat kan ook niet anders…
Snel schakelen
De kleur rood is altijd de firmakleur gebleven. Rode cabines en blauwe opleggers en aanhangers. Een klein familiebedrijf met acht medewerkers, inclusief moeder en zoon Eeltink. “Er heerst hier een heel goeie sfeer”, zegt Mark. “Je zult mij ook nooit horen zeggen dat we willen groeien naar bijvoorbeeld vijftig man personeel. We hebben geen overhead en wie ons belt krijgt meteen Inge of mij aan de telefoon, daar zit niemand tussen. Iedereen loopt hier in dezelfde werkkleding, we zijn allemaal gelijk, en zo hoort het ook!”
Flexibel opereren en snel reageren, dat is volgens Mark Eeltink de sterke kant van zijn bedrijf op de markt van het buitengewoon (speciaal)transport. Ze kunnen ‘snel schakelen’, zoals hij dat noemt. Een klant die belt krijgt op dezelfde dag of de dag erna een specialist van Paraat over de vloer – vaak is dat Mark zelf – om het project te bespreken. En dan meteen de weg op. Een ‘spoedje’, noemt hij dat. Vaak gaat-ie dan zelf ook achter het stuur zitten.
De klanten zijn doorgaans bedrijven uit Twente en wat verder weg, de bestemmingen zijn Europa-breed. “En we doen alles zelf!” Eventueel worden er in de werkplaats aanpassingen gedaan voor op maat gesneden transporten. De vloot telt negen wagens, zeven daarvan zijn uitgerust met autokranen, de hoogste is 36 meter. Zodat ook naar flinke hoogte kan worden getakeld en geplaatst.
De klussen zijn gevarieerd. Een opvallend project was het plaatsen van grote LED-schermen in de Ziggo Dome in Amsterdam. Dat zijn grote apparaten, onlangs vervoerden ze weer een exemplaar van vier meter breed op een oplegger. Met zonnepanelen op hoge daken hebben ze ook geen moeite, hetzelfde geldt voor een zware ketel van een stoomloc van Museum Buurtspoorweg in Haaksbergen of enorme reclame-
borden die op grote hoogte worden geplaatst.
De opdrachten komen uit verschillende sectoren en branches voor het transport van onder meer machines, prefab-units, pompen, ketels of containers. En die mogen wat wegen, zo haalden ze recent een grote ketel van tien ton op uit Frankrijk.
We houden het liever breed
De keuze voor verschillende branches is ook van strategische aard. Want als je slechts op één sector bent gefocust, loop je immers het risico dat de opdrachtenstroom terugvalt als die bewuste branche het moeilijk krijgt. “Als het bijvoorbeeld in de bouw wat rustiger is, dan hebben industriële bedrijven het wel weer drukker. Daarom houden we het liever breed”, legt Mark Eeltink uit.
Bij nieuwe investeringen is er veel aandacht voor grote autokranen. “Want alles wordt zwaarder, en daarvoor is groter materieel nodig. Zo gaan de 20 voets containers steeds meer van vier naar acht ton.” Ook de opkomst van elektrische vrachtwagens volgt hij op de voet. Transporteurs hebben nog even de tijd: tot 2030 mogen ze nog overal komen met hun dieselmotoren. Mogelijk worden hybride types interessant, zegt Mark. Belangrijk: hoe korter de laadtijden, hoe aantrekkelijker.

