TOM 4 – 2026
Tekst Eddy van der Ley – Foto’s Rikkert Harink
Eelco Osse won eind 2025 met DeSpray de Twentse Zakenverkiezing voor beste start-up. Maar achter die prijs gaat een veel groter verhaal schuil. Over een vader en een machinefabriek, vliegwielen, elektrische tractoren, drones en vooral een hoofd dat maar moeilijk ophoudt met nieuwe, innovatieve dingen bedenken. Interview met de bevlogen directeur-eigenaar van Machinefabriek Boessenkool, die bewijst dat Willie Wortel een Tukker is. “In mijn optiek is niets onmogelijk. Totdat het tegendeel bewezen is.”
We spreken Osse op zijn eerste werkdag na de zomervakantie. In zijn fraaie kantoor aan de Turfkade in Almelo verhaalt hij smakelijk over een zeiltocht op de Waddenzee, met bezoekjes aan Ameland, Terschelling en Vlieland. “Het meest bijzondere is dat we ook een dag en een nacht met de boot op een zandbank hebben gelegen. Bewust. Dat is ontzettend gaaf. Je hebt een geweldig uitzicht, de stilte is haast tastbaar en je bent één met de natuur.” Zijn vader besmette hem met het zeilvirus. “Vader begon zelf ooit met zeil-
wedstrijdjes op het kanaal, hier in Almelo. Door hem met de paplepel ingegoten ontwikkelde ik in mijn jeugd de passie voor het zeilen.”
En óók voor het competitieve element. Want: “Wij zeilen samen nog steeds ook wedstrijden. De Harlingen-Terschelling-zeilrace, die we zelfs twee keer hebben gewonnen, en de 24-uurs race op het IJsselmeer, de Waddenzee en de Noordzee. Waarbij het er om gaat om in 24 uur zoveel mogelijk mijlen te maken, op routes die je zelf mag bepalen. 24 uur is voor mij dan ook echt 24 uur. Ik slaap geen seconde, wil alles bewust meemaken en aansturen. En het is genieten, hè: het gevoel dat je helemaal bent overgeleverd aan de elementen van het weer. De ene keer gaat het snel, de andere keer lig je te dobberen. Maar altijd is er het gevoel van vrijheid.”
Kitesurfen
Osse heeft toch al veel met water. Hij combineert het zeilen vaak met een andere hobby: kitesurfen. “Daarbij sta je op een kleine surfplank en laat je je voorttrekken door een zogenoemde kite, een soort van vlieger”, verduidelijkt hij. “Het is nog een stuk dynamischer dan windsurfen. Je kunt hogere sprongen maken, je blijft langer in de lucht hangen en je bent niet afhankelijk van golven.” Maar het allermooiste is, zo zegt hij: “Dat ik het samen met mijn kinderen kan doen, die in de tienerleeftijd zijn. Ik heb er drie en twee ervan doen het al met veel enthousiasme. Met de derde ben ik bezig, haha, maar ik zie ook dat hij al interesse begint te tonen. Als ik hen bezig zie, vind ik dat nóg mooier dan het zelf doen.”
Zo gepassioneerd als de Almeloër vertelt over zijn hobby’s, zo doet hij dat doorgaans ook over zijn technische vondsten en noviteiten. Hoe gaat dat overigens tijdens een vakantie? Komen de raderen in het hoofd van de uitvinder dan tot stilstand? “Nooit helemaal”, stelt hij. “Ik heb die uitlaatklep van zeilen en kitesurfen zeker nodig, maar ben ook in mijn vrije tijd best vaak aan het denken en malen.” Wat wil je ook: hij staat te boek als de Twentse Willie Wortel. Alleen ontbreekt het peertje boven zijn hoofd. Daarvoor in de plaats zijn er staal, tandwielen, elektromotoren, tekeningen, computers, draaibanken en vooral plannen, veel plannen. Sommigen verdwijnen even snel als ze gekomen zijn, want niet alles kan een succes zijn. Maar anderen eindigen als een machine waarvan een paar jaar eerder nog niemand wist dat de wereld hem nodig had.
Geniale eenling
Osse verzet zich een beetje tegen het beeld van de geniale eenling. Uitvinden doe je volgens hem samen. “Natuurlijk, ik plant vaak het zaadje, kom met het idee. Maar de uitwerking is minstens zo belangrijk. Zonder onze engineers, lassers, draaiers, frezers en ander personeel lukt het simpelweg niet”, zegt hij. Wat hem typeert is lef. En vasthoudendheid. “Ik ben wel degene die durft, dat klopt. Soms zeggen mensen: waarom lukt het bij jou wel en bij een ander niet? Dat verschil zit ‘m vaak in risico’s durven nemen en een heilig geloof hebben in een product.”
Dat hij überhaupt aan het hoofd staat van een onderneming met (inmiddels) bijna zeventig werknemers, had hij in zijn jonge jaren niet kunnen bevroeden. Na zijn studie werktuigbouwkunde aan de HTS in Enschede ging Osse aanvankelijk elders werken. Ondernemer worden wilde hij wel. Maar het uit 1902 stammende familiebedrijf gaan leiden? Dat in 1985 door zijn vader Maarten was overgenomen? Daar zat een gerede twijfel. Niet vanwege de techniek. Maar vanwege het aansturen van mensen. “Ik heb het heel lang af-
gehouden, naar de smaak van mijn vader iets té lang, omdat ik niet wist of ik werkgever wilde worden. Ik zag mezelf niet als een personeelsfunctionaris, maar het grappige is dat ik het nu één van de mooie kanten van het ondernemerschap vind. Ik ben toch meer een mensenmens gebleken dan ik dacht.”
Hij zou de machinefabriek uiteindelijk in 2005, als jonge dertiger, overnemen van vaderlief. Daarmee erfde hij geen museumstuk, integendeel. Hij kreeg een machinefabriek in handen die bleef bewegen, zeker dankzij zijn persoonlijke drang naar het doen van uitvindingen. In 2011 startte hij parallel daaraan Osse Equipment Manufacturing Group, dat innovatieve machines ging ontwikkelen die passen bij een duurzame samenleving.
Osse gaat ons voor op een rondleiding over zijn bedrijfsterrein, dat inmiddels diverse werkplaatsen en hallen kent. Het voelt alsof we door zijn uitvergrote jongensdroom wandelen. Hij en zijn personeel werk(t)en hier niet alleen aan regulier machinewerk, maar ook aan onderdelen voor de olie- en gasindustrie, luchtvaart, medische sector, bruggenbouw en defensie.
e-Horse
We werpen een blik op de zogenaamde e-Horse, een elektrische tractor: één van zijn opzienbarende creaties. Een groep biologische boeren zocht een landbouwvoertuig voor akkerbouw en gewas-verzorging dat minder bodemdruk veroorzaakt. De spoorbreedte moest verstelbaar zijn en tussen de assen en aan de voorkant moest ruimte blijven voor werktuigen. Een gewone tractor voldeed niet. Dus begon Osse te ontwikkelen. “Het was eigenlijk nooit het doel geweest om een elektrische tractor te bouwen”, legt hij uit. “Maar tijdens het ontwikkelproces bleek elektrische aandrijving simpelweg de beste oplossing voor dit voertuig en later ook nog eens mét zonnepanelen. Wel was die eerste variant de “MultiToolTrac” te groot, te zwaar en te duur. Het gevolg van alle gezamenlijke eisen en wensen van de boeren”
Inmiddels heeft-ie, samen met akkerbouwer Bastian van der Veen, een veel eenvoudigere, maar vooral ook lichtere versie bedacht. “Bastian zei tegen me: die tractor moet tien keer lichter. Nou, dan raak ik getriggerd. Samen hebben we daadwerkelijk de véél lichtere variant ontwikkeld, onder de naam e-Horse en belangrijk: hij is dus helemaal niet fossiel. De boerenwereld is overigens nog net niet helemaal toe aan zo’n e-Horse, merk ik. Soms voelt het als vechten tegen de bierkaai, maar daar laat ik me niet door afschrikken. Als ik ergens in geloof, dan ga ik ervoor. Ook als het iets langer duurt.”
Dat is typerend voor zijn manier van denken. Niet beginnen met: ik wil een elektrische tractor uitvinden. Beginnen met een probleem. En dan kijken waar je uitkomt. “Omdat ik graag in oplossingen denk.” Zo kwamen er ook vliegwielen voor energieopslag. Er werden drones ontwikkeld, waaronder een concept dat honderden kilo’s moest kunnen vervoeren. En alsof dat allemaal nog niet genoeg was, kreeg Boessenkool in 2019 een miljoenenopdracht voor werkzaamheden voor CERN, het befaamde Europese onderzoeksinstituut uit Genève. De Twentse Willie Wortel mocht ineens vacuümbuizen leveren voor de plek waar wetenschappers proberen de elementaire bouwstenen van het universum te begrijpen. “Een prachtige opdracht.”
Prijzenkast
Omdat vindingrijkheid bij Osse vrijwel altijd hand in hand gaat met duurzaamheid, raakte de prijzenkast ondertussen aardig gevuld. In 2018 werd Boessenkool uitgeroepen tot het meest innovatieve bedrijf van Nederland. Osse kreeg de Nederlandse Innovatieprijs uit handen van astronaut André Kuipers. Een jaar later volgde de Prins Friso Ingenieursprijs.
De meest recente erkenning kwam tijdens de Twentse Zakenverkiezing in november 2025. Eén van zijn andere bedrijven, DeSpray, werd uitgeroepen tot Start-up van het Jaar. Dat klinkt merkwaardig voor een onderneming waarvan de fundamenten al ongeveer tien jaar daarvoor werden gelegd. Maar misschien maakt juist dat duidelijk wat een start-up in de zware machinebouw werkelijk betekent. DeSpray verwerkt spuitbussen. “Niet alleen het metalen omhulsel”, zegt Osse, “maar juist ook alles wat er nog in zit: vloeistoffen en drijfgassen worden teruggewonnen en het staal of aluminium kan opnieuw als grondstof worden gebruikt.” Het lijkt achteraf zo logisch. Maar dat is met goede uitvindingen wel vaker het geval. Het bedrijf is inmiddels wereldmarktleider
in zijn niche. En toch begon het avontuur op een bijna komisch eenvoudige manier.
Osse bezocht een vakbeurs in Engeland. Tijdens de lunch schoof hij ergens aan en naast hem zat een Canadees. Mike MacKay. Die bleek zich al jaren bezig te houden met de recycling van spuitbussen en kende de problemen van die afvalstroom. Osse had ideeën voor de machines. Ze raakten aan de praat. “Een paar dagen later hadden we een bedrijf opgericht. DeSpray dus. Dat is dus ook wie ik ben. Snel beslissingen nemen, op gevoel. Ik had ook niet met Mike in het diepe kunnen springen, maar deed het wel. En hij evenzeer met mij.”
Klein rotkreng
Een gouden combinatie was geboren, zo bleek later. De Canadees had dus kennis van de wereld van aerosolrecycling, de Almeloër beschikte over een fabriek vol mensen die dingen konden maken die nog niet bestonden. Daarna begon het moeilijke gedeelte. Want een spuitbus is een klein rotkreng wanneer je hem industrieel wilt recyclen. Er kan gas in zitten, maar ook verf, insectenspray, olie, cosmetica of een andere vloeistof. Bovendien staat de bus onder druk middels een drijfgas. Gooi enorme hoeveelheden bij elkaar en veiligheid is opeens geen voetnoot meer, maar hoofdzaak. Dus moest er een systeem worden ontwikkeld waarmee het proces gecontroleerd en veilig kon plaatsvinden. Dat kwam er, ook uit de koker van de Osse en uiteindelijk zelfs eentje in eigen gebruik in de vorm van een eigen afvalspuitbussen verwerkingslocatie: Aerosol Recycling Twente. “Daar worden jaarlijks zes tot tien miljoen spuitbussen gerecycled naar metaal ‘bricks’, vloeistoffen en gas”, becijfert hij. Dat ‘afvalgas’ uit de DeSpray-recyclingmachine wordt rechtstreeks gebruikt om een groot deel van de productiefaciliteit in Almelo te verwarmen als vervanging voor aardgas.
De financiering van DeSpray had nog wel wat voeten in aarde.
“De banken geloofden er niet in”, zegt Osse. Het was vlak voor corona. Zijn holding groeide, hij had verschillende start-ups tegelijkertijd lopen en voor een traditionele financier zag dat er minder romantisch uit dan voor een uitvinder. Waar Osse mogelijkheden zag, zag de bank risico’s. Uiteindelijk kwam er financiering via het Innovatiefonds Overijssel via Oost NL. Dat geduld bleek cruciaal. Want innovatie heeft behalve verbeeldings-kracht nog iets nodig: tijd.
Impact
Tijd heeft Osse zelf gevoelsmatig ook iets meer dan vroeger. Het druistige is eraf, maar niemand hoeft bevreesd te zijn: hij blijft creëren en produceren. Zoals zoveel ondernemers ergert hij zich soms groen en geel aan de doorgeslagen bureaucratie van de overheid, aan de starre wet- en regelgeving, maar het werk is simpelweg te leuk en voelt bovendien vaak als een missie, een roeping.
Zo is de Almeloër actief met H2Hub Twente, een projectgroep van bevlogen ondernemers die het gebruik van groene waterstof stimuleert (‘mogelijk kan de e-Horse binnen afzienbare tijd ook op waterstof functioneren’), hoopt hij een deel van zijn drones onder te brengen in de agro wereld en bij de brandweer, participeert hij in een duurzaam milieu- en afvalproject in Oeganda en lonkt er met DeSpray een samenwerking in Nigeria. “Ik blijf letterlijk de grenzen verkennen, krijg nu eenmaal energie van het creëren en uitvinden van mooie dingen. Helemaal wanneer die positieve impact hebben op de maatschappij. Een belangrijke drijfveer is dat ik met mijn werk, onze bijdrage, een betere wereld wil achterlaten. Sterker, ik wil de wereld ook zelf nog beter en duurzamer zien worden.” Was getekend: Eelco Osse, de Willie Wortel van Twente.

